art. 1:408 BW

Kinderalimentatie laten innen via het LBIO

Is de kinderalimentatie door de rechter vastgesteld, dan wordt die betaald aan de ouder die het kind verzorgt. Betaalt de andere ouder niet, dan kan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) de inning overnemen. Dat kan als er in de afgelopen zes maanden minstens één keer niet of te laat is betaald. De kosten van de inning worden op de niet-betalende ouder verhaald.

Dit zegt de wet

1. Een uitkering tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding of tot voorziening in de kosten van levensonderhoud en studie, waarvan het bedrag in een rechterlijke beslissing, daaronder begrepen de beslissing op grond van artikel 822, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, is vastgelegd, wordt ten behoeve van de minderjarige aan de ouder die het kind verzorgt en opvoedt of aan de voogd onderscheidenlijk aan de meerderjarige betaald.

2. Op verzoek van een gerechtigde als bedoeld in het eerste lid, van een onderhoudsplichtige dan wel op gezamenlijk verzoek van een gerechtigde en onderhoudsplichtige neemt het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen de invordering van de onderhoudsgelden op zich. De executoriale titel wordt daartoe door de onderhoudsgerechtigde in handen gesteld van dit Bureau. De overhandiging daarvan machtigt het Bureau tot het doen van de invordering, zo nodig door middel van executie.

3. Kosten van invordering door het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen worden verhaald op de onderhoudsplichtige, onverminderd de kosten van gerechtelijke vervolging en executie. Het verhaal van kosten vindt plaats door wijziging van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels.

4. Tot invordering op verzoek van een onderhoudsgerechtigde wordt slechts overgegaan, indien de gerechtigde ter gelegenheid van de indiening van het verzoek aannemelijk heeft gemaakt dat binnen ten hoogste zes maanden voorafgaande aan de indiening van het verzoek de onderhoudsplichtige ten aanzien van ten minste één periodieke betaling tekort is geschoten in zijn verplichtingen. In deze gevallen geschiedt de invordering van bedragen die verschuldigd zijn vanaf een tijdstip van ten hoogste zes maanden voorafgaande aan de indiening van het verzoek.

Bron

art. 1:408 BW op wetten.overheid.nl

Letterlijke wettekst, laatst gecontroleerd op 6 juni 2026. Dit is informatie, geen juridisch advies.

In gewone taal uitgelegd

Deze gidsen leggen uit wat dit in de praktijk betekent, met voorbeelden en stappen.

Zet de wet om in heldere afspraken

In Ouderly leg je samen een ouderschapsplan vast dat aansluit op wat de wet vraagt.

Begin gratis