Eenhoofdig gezag na de scheiding
Na een scheiding houden ouders in beginsel samen het gezag. De rechter kan het gezag toch aan één ouder toekennen, maar alleen als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders, of als dat anderszins nodig is in het belang van het kind. Een kind van twaalf jaar of ouder kan hierover zelf zijn mening geven.
Dit zegt de wet
1. De rechter kan na ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood of na scheiding van tafel en bed op verzoek van de ouders of van één van hen bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
2. De beslissing op grond van het eerste lid wordt gegeven bij de beschikking houdende scheiding van tafel en bed, echtscheiding dan wel ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed of bij latere beschikking.
3. Indien een beslissing op grond van het eerste lid niet alle kinderen der echtgenoten betrof, vult de rechtbank haar aan op verzoek van een van de ouders, van de raad voor de kinderbescherming of ambtshalve.
4. De rechter kan, indien hem blijkt dat de minderjarige van twaalf jaar of ouder hierop prijs stelt, ambtshalve een beslissing geven op de voet van het eerste lid. Hetzelfde geldt indien de minderjarige de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, maar in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.
Bron
art. 1:251a BW op wetten.overheid.nlLetterlijke wettekst, laatst gecontroleerd op 5 juni 2026. Dit is informatie, geen juridisch advies.
In gewone taal uitgelegd
Deze gidsen leggen uit wat dit in de praktijk betekent, met voorbeelden en stappen.
Zet de wet om in heldere afspraken
In Ouderly leg je samen een ouderschapsplan vast dat aansluit op wat de wet vraagt.
Begin gratis